|
Dialoogscherm
IJsbaan:
Draft
version: 2007/03/25 (geen eindversie)
IJsbaan
dialoog met oude ET-klokkaart:
In de
oude situatie, waarin niet met de ijsbaan bediening wordt gewerkt,
ziet de ijsbaan dialoog er betrekkelijk klein en eenvoudig uit.
In geval
van enkele paren wordt de rijder met de witte band voorgesteld door
een wit bolletje (52)
en de rijder met de rode band door een rood bolletje (53).
Bij kwartetten is ook de rijder met de gele band (54)
en de blauwe band (55)
zichtbaar.

Schema,
prognose:
Bij elke
doorkomst wordt de progose getoond van de eerst volgende doorkomsttijd
en de daarbij behorende geschatte eindtijd (schema). In dit voorbeeld
voor wit (34) een
300m opening van 25.17, met een geschatte eindtijd van 1:55.37.
De prognose wordt bij elke doorkomst bijgesteld, waarbij ook het
betreffende balletje vooruit- of teruguit wordt gezet op de finishlijn.
Bij aanvang
wordt het PR van de betreffende rijder gekozen voor een eerste schatting.
Het mag duidelijk zijn dat de schatting beter wordt naarmate de
race verder vordert. In de regel zal de prognose voor de eerste
3 doorkomsten vrij onbetrouwbaar zijn. Voor de langere afstanden,
zoals 3Km, 5Km en 10Km wordt veelal een betrekkelijk betrouwbare
schatting gemaakt. Het schema houdt daarbij rekening met een zeker
verval in rondetijd. Als dit verval opeens sterk afwijkt van voorgaande
doorkomsten, heeft dit uiteraard een negatief effect op de nauwkeurigheid
van de prognose.
Finish
OK-gebied:
De witte
(56), rode
(57) , gele (58)
en blauwe (59) blokjes
lichten op zodra de betreffende rijder de finish nadert. Na het
passeren van de finish verdwijnen deze blokjes weer. De blokjes
zijn een voorbereiding op automatische acceptatie van rijders rondom
het tijdstip waarop hun doorkomst wordt verwacht. Buiten dit gebied
kunnen doorkomsten automatisch genegeerd worden.
IJsbaan
dialoog met kwartetautomaat:
In combinatie
met de MicroClock of de hardware kwartetautomaat is het mogelijk
automatisch de doorkomsten van kwartetparen te registreren. Zonder
zo'n kwartetautomaat zou de handmatige bediening van een "Pass-toets"
noodzakelijk zijn. Deze kwartetautomataat maakt gebruik van de voorspelbaarheid
van de volgorde van rijders op grond van hun starbaant en laatste
doorkomst. Daaruit kan met grote waarschijnlijkheid worden afgeleid
in welke baan een rijder zit en na welke voorganger hij of zij de
finishlijn zal passeren. Alleen in die gevallen, waarbij de voorspelbare
volgorde verandert, is menselijk ingrijpen noodzakelijk. De gebruiker
moet in dat geval de gekleurde balletjes
(24) t/m (31)
die de volgorde aangeven, middels "drap-drop" naar de
juiste positie verplaatsen. Dit is dus nodig als een rijder van
het tweede paar, een rijder uit het eerste paar inhaalt. Ook kan
iemand vallen en de wedstrijdbaan verlaten of een ronde ingehaald
worden.

Reset
en start:
Voor de
start wordt de klok gereset (op 00:00.00 teruggezet) door op de
reset-button (42)
te klikken. Ter beveiliging verschijnt dan links daarvan de reset-button
(50) nogmaals, waarop
de reset bevestigd dient te worden. Als de reset inderdaad per ongeluk
was aangeklikt kan op de undo-button (42)
worden geklikt.
Voor het
tweede paar zijn aparte reset-buttons
(43) en (51)
beschikbaar. Zodoende kan de klok voor het eerste en tweede paar
van een kwartet onafhankelijk van elkaar gereset worden.
In de
reset toestand staan de volgorde balletjes langs de baan in hun
"thuis" posities (20)
t/m (23).

Na
de start:
Direct
na de start worden de betreffende gekleurde balletjes automatisch
op de baan gezet en gaan deze zich over de baan verplaatsen. Zodra
de rijder de finish nadert zal een wit vlak (56) voor de finishlijn
aangeven dat de rijder het zogenaamde OK-gebied heeft bereikt. Dit
OK-gebied kan gebruikt worden voor automatische detectie van onregelmatigheden.
Alleen
rijden:
In het
onderstaande voorbeeld is alleen de witte rijder van start gegaan.
De rode rijder blijft dan naast de baan. Mocht het systeem dit niet
automatisch doen, dan dient met via een "drag-drop" het
rode balletje uit de positie (31) te verplaatsen naar de "thuis"
positie (21).

Kwartetten
en volgorde:
In onderstaand
kwartet voorbeeld wordt relatief kort achter elkaar de finishpassage
verwacht van de witte (27)
en de gele (26) rijder
in de binnenbaan en de rode (31)
en blauwe (30) rijder
in de buitenbaan. Opvallend is misschien dat het witte
(52) en rode (53)
bolletje de finishlijn reeds voorbij zijn. In werkelijkheid zijn
de witte en rode rijder echter nog niet langs gekomen. Dit blijkt
uit de positie (27),
(31) en de OK-indicaties
(56) en (57).
Het is alleen zo dat de prognose blijkbaar iets te optimisch was
en de rijders in werkelijkheid net iets langzamer rijden. De gele
(54) en blauwe
(55) rijders zijn volgens de schatting net de 1000m
lijn gepasseerd.
Zodra
de rijders de finishlijn wel passeren, zullen automatisch de balletjes
(26) t/m (31)
van plaats wisselen. Zo zal na de passage van de witte rijder het
witte balletje op plaats (27)
van baan wisselen en achter de blauwe
(30) worden gezet op plaats (29).
In de binnenbaan zal de gele bal (26)
een plaatsje naar voren schuiven naar plaats
(27).

Na
de finish:
Direct
na de finish worden automatisch de "lock" (38)
t/m (41) checkboxen
aangeschakeld, waardoor de eindtijd zichtbaar blijft totdat deze
weer "unlocked" wordt. Dit kan middels de "unlock"
(44) en (45)
buttons, of door de "lock" (38)
t/m (41) checkboxen
weer uit te klikken.
Verwerk
paar:
Een paar
kan in dit dialoogscherm meteen verwerkt worden door op de "verwerk"
buttons (46) en (47)
te klikken. Deze buttons zijn overigens volledig identiek aan de
verwerk buttons op het ETWClock hoofdscherm.
Prepare
buttons:
De "prepare"
buttons (48) en (49)
kunnen worden aangeklikt om de rijdens van het betreffende paar
voor de start op de baan te plaatsen. Dit is echter niet noodzakelijk.
Na de start zal het systeem dit anders automatisch alsnog doen.

Standaard
handelwijze na de finish:
Na de
finish wordt standaard de volgende serie buttons aangeklikt:
- Reset + Reset (42)
resp. (43)
- Wacht tot speaker tijden heeft opgelezen
- Unlock (44)
resp. (45)
- Verwerk (46)
resp. (47)
- Prepare (48)
resp. (49) (indien
gewenst)
Bijzondere
of afwijkende situaties:
Alleen
rijden:
Als in
een baan geen rijder van start is gegaan, behoort het bijbehorende
gekleurde balletje op de thuisplaats
(20) t/m (23)
te blijven. Dit zal automatisch het geval zijn als volgens de startlijst
bekend is dat in de betreffende baan niemand is gestart. Ook als
voor de start de het informatieveld op "NG, niet gestart"
is gezet zal dit het geval zijn.
Als onverhoopt
toch een balletje zichtbaar wordt in het ijsbaanobject, moet het
betreffende balletje uit de volgorderij
(24) t/m (31)
via "drag drop" naar de thuisplaats
(20) t/m (23)
worden versleept.
Valse
start 1e paar:
Als het
1e paar vals van start is gegaan, hoeft alleen de reset button (42)
aangeklikt te worden.
Valse
start 2e paar:
Als het
2e paar vals van start is gegaan, hoeft alleen de reset button van
het 2e paar (43) aangeklikt
te worden.
Wees er
wel op attent dat na de tweede start de volgorde wit/rood respectivelijk
geel/blauw correct in de volgorderij staat. Het systeem kan deze
volgorde na een valse start van het 2e paar niet automatisch bepalen.
Dit hangt namelijk of van het moment dat de starter schiet t.o.v.
de doorkomst van het 1e paar. Mocht de volgorde verkeerd staan,
dan kan die middels "drag drop" goed worden gezet.
Direct
na de start van het eerste paar worden alle rijders in de volgorde-queue
geplaatst, dus ook de rijders uit het 2e paar. Het lijkt logischer
de rijders van het 2e paar pas in de queue te plaatsen, nadat ook
zij van start zijn gegaan. Dat zou ook voordelen hebben als het
2e paar een foutive start (zonder startschot) heeft gehad en de
wedstrijdbaan weer heeft verlaten. In dat geval staan de rijders
van het 2e paar onterecht vooraan in de volgorde-queue.
Helaas is het echter niet zomaar mogelijk met het plaatsen van het
2e paar te wachten tot na hun start. Het is op het startmoment van
het 2e paar niet triviaal of het eerste paar wel- of niet een eerste
finish-passage heeft gehad. Daarom is ook niet duidelijk of het
2e paar achter- of voor het eerste paar geplaatst moet worden. Bij
een 3000m en 5000m is het zelfs zo dat het startschot van het 2e
paar veelal bijna samenvalt met de 200m passage van het 1e paar.
Kwartetstart met leeg eerste paar (versie 11.04+):
Bij kwartetstarts
kan het voorkomen dat het eerste paar vanuit SARA-II leeg is. Bij
gebruik van de MicroClock was het probleem dat het startschot desondanks
aan het eerste (lege) paar werd toegekend en de klok voor het tweede
paar gereset bleef. Indien het eerste paar leeg is (d.w.z. als beide
startnummer "000" (sub1)
zijn), wordt in dit geval het startschot wel automatisch aan het
tweede paar toegewezen. Indien de checkbox (sub2)
"start beide paren" is aangevinkt, zullen beide paren
gelijktijdig starten en kan handmatig een van beide paren gereset
worden.
De checkbox
(sub2) "start
beide paren" was oorspronkelijk toegevoegd t.b.v. de 100m-3-in-de-baan.

In versie
11.05 werkt deze automatische functie ook in combinatie met transponders.
Tevens is de conditie ingebouwd dat de functie alleen werkt indien
een werkelijke startlijst is geladen en niet het hele kwartet leeg
is.
Rijders
halen elkaar in dezelfde baan:
Als rijders
elkaar in dezelfde inhalen, dient middels "drag drop"
de volgorde goed te worden gezet. Dus als bijvoorbeeld de gele rijder
de witte inhaalt, moet het witte balletje (27)
over het gele balletje (26)
worden gesleept. De balletjes wisselen dan van plaats.
NB:
Het is alleen mogelijk om van rechts naar links te slepen. Het is
niet mogelijk om van links naar rechts te slepen.
Valse
finishpuls (blokje of iemand door de finish):
Een valse
finishpuls kan bijvoorbeeld optreden wanneer iemand uit de inrijbaan
door de finish gaat. Soms kan ook een weggetrapt baanblokje een
valse finishpuls kunnen veroorzaken. Gevolg zal zijn dat een doorkomst
wordt geregistreerd bij een verkeerde rijder. Als bijvoorbeeld een
valse puls op de binnenbaan wordt gezien en de kleur van het balletje
op positie (27) van
de volgorderij is blauw, dan zal voor de blauwe rijder in dit geval
onterecht een doorkomst worden geregistreed.
De valse
doorkomst kan ongedaan gemaakt worden door:
- versleep het betreffende balletje terug naar
zijn oorspronkele positie vooraan in de volgorderij,
- versleep in het ETWClock hoofdscherm de tussentijd
van de betreffende rijder naar de "wastebasket" op het
hoofdscherm,
- controleer in het ETWClock hoofdscherm of de
passage combobox (bv. 700m) van de betreffende rijder correct
staat en pas die zonodig aan.
Finishpassage
bij lege volgorderij:
Indien
een rijder de finish passeert in een baan, waarvan de volgorde wachtrij
leeg is en de rode punt (58)
of (59) zichtbaar
is, kan de betreffende tijd niet worden toegerekend aan welke rijder
dan ook. Er moet dus voorafgaand aan die finishpassage iets mis
zijn geweest met de volgorde wachtrij. Toch is de tijd niet verloren,
want hij is automatisch bewaard in de "wastebasket" op
het ETWClock hoofdscherm. Door een "drag drop" van de
"wastebasket" naar de betreffende listbox met tussentijden
te verslepen is de tussentijd alsnog correct geregistreerd en zal
die correct aan SARA worden doorgeschreven bij het verwerken van
de rit.
Passageindicatie
is verkeerd:
Het is
belangrijk in het ETWClock hoofdscherm te controleren of de passageindicatie
(300m, 700m, 1100m, etc.) een correcte afstand weergeeft. Als die
indicatie niet correct is en een of meerdere ronden voor- of achterloopt,
zal het systeem bij de verkeerde ronde een eindfinish vaststellen.
Na de finish worden automatisch de balletjes uit de volgorde wachtrij
gehaald en verdwijnt de rijder van het ijsbaanobject en wordt de
"lock" checkbox aangeschakeld. Het is dus van belang om
de passageindicatie in het hoofdscherm desnoods te corrigeren.
NB:
Deze automatische handelingen na de eindfinish kunnen desgwenst
uitgeschakeld worden.
Automatische
Finish-lock te vroeg opgetreden:
Mocht
de finish-loch toch te vroeg zijn opgetreden, dan kan dit ongedaan
gemaakt worden door:
- klik de "lock" checkbox (38)
resp. (41) uit
- gebruik "drag drop" om de betreffende
rijder weer op de juiste plaats in de volgorde wachtrij terug
te zetten.
Val,
rijder gaat door, maar wordt ingehaald:
Als een
rijder valt, de race vervolgt, maar wordt ingehaald is dit niet
anders dan wanneer twee rijders elkaar gewoon voorbij gaan. Er kan
worden volstaan door via "drag drop" de volgorde van de
betreffende balletjes in de volgorde wachtrij te verwisselen. In
het ETWClock hoofscherm kan het infoveld "FL" (Val) gezet
worden.
Val,
rijder gaat uit de wedstrijdbaan:
Als een
rijder valt en de race niet vervolgt, kan worden volstaan door via
"drag drop" het betreffende balletje uit de volgorde wachtrij
te halen en te verplaatsen naar de thuis positie. In het ETWClock
hoofscherm kan het infoveld "DQ" (NF, niet gefinished)
gezet worden.
Rijders
wisselt verkeerd of komt in de verkeerde baan:
Als een
rijder verkeerd wisselt kan het beste ook het betreffende balletje
in de volgorde wachtrij van baan worden verwisseld. In het ETWClock
hoofscherm kan het infoveld "DQ" (gediskwalificeerd) gezet
worden.
Rijders
halen elkaar in precies op de finishlijn in dezelfde baan:
Als rijders
elkaar precies op de finishlijn (binnen circa 2 meter) in dezelfde
baan inhalen, is het niet mogelijk de tijd van beide rijders te
registreren. Voorafgaand aan de doorkomst dient men zo goed mogelijk
in te schatten, wie als eerste zal doorkomen. Let op hoe de finishpassage
verloopt en hoe veel de 2e rijder achter is en probeer dit in halve
meters af te schatten.
Controleer
direct na de doorkomst:
- staan de balletjes in de volgorde wachtrij nog
correct? Zo ja, zet de balletjes dan weer goed,
- ontbreekt een doorkomsttijd van een van de rijders.
Zo ja voeg dan de ontbrekende (afgeschatte) tijd in op het ETWClock
hoofdvenster,
- controleer de juiste stand van de passage indicaties
van de betreffende rijders.
Com
poort instellen:
De ijsbaan
bediening is ontworpen voor gebruik in combinatie met de MicroClock.
Aangezien de MicroClock haar tijdinformatie via een RS232C signaal
aanlevert, dient de com-poort van de PC ingesteld te worden.
Via het
scherm "instellingen aanpassen/com poorten" (1)
wordt de compoort verbinding met de MicroClock ingesteld. Onderstaande
instellingen zijn mogelijk:
(2):
startup status, bepaalt de toestand direct na het opstarten van
ETWClock. Keuzemogelijkheden zijn automatisch inschakelen, handmatig
inschakelen of niet gebruiken.
(3):
compoort nummer
(4):
baudrate (standaard MicroClock = 38400 baud)
(5):
databits (standaard MicroClock = 8 databits)
(6):
stopbits (standaard MicroClock = 1 stopbit)
(7):
remote data formaat, maakt keuzemogelijkheid voor verschillende
(backward compatibele) data-protocollen mogelijk. (standaard MicroClock
= SCG/ETDriver (Odd/Even/Both).
(8)
en (9): echo remote
status (remote master), zorgt ervoor dat het inkomende datasignaal
van de MicroClock binnen ETWClock wordt omgezet in het type "remote
data formaat" protocol en weer wordt uitgestuurd over dezelfde
com-poort. Deze uitgang wordt gebruikt om het tijdsignaal voor TV
aan te leveren. Omdat van de MicroClock alleen signaal wordt ontvangen
en aan de TV alleen signaal wordt geleverd kan dit over dezelfde
com-poort gecombineerd worden (standaard = aangeschakeld).
Desgewenst
kan het "ExtVideo" TV-protocol ook over een aparte com-poort
worden verstuurd (9).

|